In het diepe

Vandaag is het Blue Monday. Blue wattes? Juist, het zei mij ook weinig.
De 3e maandag van januari.
De meest depressieve dag van het jaar klaarblijkelijk; waarbij de feestdagen vreugde (serieus?) is weggeëbd en de goede voornemens alweer lijken te vervagen.
Nou, mijn maandag vandaag was alles behalve blue.
Hij was ook niet saai, of depressief. Niet kleurloos maar voorzien van glitter.
Ik ben vorige week namelijk in het diepe gesprongen.
Er is een bedrijf zo vriendelijk geweest eind vorig jaar om mij een duikplankje aan te reiken, mijn taak was een beste aanloop arrangeren en vol gas er vanaf.

En zo geschiedde het dat ik vorige week mijn eerste week draaide als werknemer in een nieuwe functie, bij een nieuw bedrijf, met nieuwe mensen. Gelukkig was ik zelf niet nieuw. Vandaar dat de eerste week ook direct al een groot succes bleek.
Het allerleukste vond ik de gemeenschappelijke voorliefde van directie en ondergetekende om in het diepe te springen.

We vonden elkaar daar duidelijk in. Prachtig.
En terwijl de duikplank nog na trilde zwom en spartelde ik daar rond in het zwembad genaamd ‘Nieuwe baan’.
Zo druk met onderzoeken dat ik haast zou vergeten dat er nog meer zwembaden zijn.
Dat ‘In het diepe’ springen is namelijk wel een dingetje.
Ik doe dat graag, en vaak; en in iedere situatie is er vaak wel een duikplank te plaatsen.

Meestal gaat het goed, t is soms even aanpoten in vlinderslag om de kop droog te houden maar á la.
Soms echter is de prognose hoe rooskleurig ook geen goed gevuld zwembad maar een leegstaande betonnen bak met van dat afbladderend stucwerk.
En dan ga je hard op je bakkes kan ik je vertellen.
Of, je komt plat op je buik op het water terecht en eer je vanaf de bodem waar je in comateuze toestand naartoe gezakt bent weer boven komt ben je 3 uur watertrappelen verder.

Goed verhaal, kort samengevat maak ik dus soms verkeerde keuzes.
Keuzes die ik eigenlijk best herken; als in ‘Doe dat nou niet wicht, daar komt gedonder van’ maar dan toch je kop in het zand steken, ogen dicht en van die plank af.
Oioioi, wat een ellende kan dat soms opleveren.
’T is niet zo dat het niet goed komt, uiteindelijk; na een hoop gedoe.
Het komt namelijk altijd goed.
Maar, voordat je druipend en wel weer op de kant staat is er een hoop energie verloren gegaan.
Energie die je ook van andere duikplanken had kunnen doen springen.
En daar wringt het schoentje.

Op dat soort momenten kan ik oprecht boos op mezelf worden.
‘Waarom luister je niet naar je intuïtie?’ Verwijt ik mezelf dan, je kon dit zien áánkomen!
Ik heb daar ook geen sluitende verklaring voor.
Wellicht is het arrogantie.
Denken dat je de uitzichtloze situatie zoals deze er vanaf het begin stond tóch wel naar je hand kunt zetten.
Niet dus, alhoewel(kijk daar ga ik alweer); het lukt wellicht wel maar ten koste van wat?

Eerlijk is eerlijk, misschien zijn een hoop van die duikplanken ook juist wel zo tof omdat je wéét dat het fout kan gaan of, beter gezegd; je weet dat het lastig kan worden.
Misschien zijn de planken die naar het bubbelbad leiden half zo leuk niet als je niet ook af en toe met je bovenkaak over het beton schraapt.
Dat lijkt me een meer passende verklaring.

Dit gezegd hebbende rest mij nog maar één ding om van deze reeds goed verlopen maandag de beste ever te maken.
Hup, de schuur in en op zoek naar de zaag.

Dat een duikplank je niet brengt wat je dacht cq. hoopte is één ding; vervolgens moet je ook de ballen hebben om dat ding af te zagen.
Anders trekt hij op een onbemerkt moment toch weer je aandacht en ga je weer plat op je snuit.
Dat zagen moet altijd met de hand, ’t duurt soms ook wel even en het kost verdomd veel energie maargoed; eigen schuld dikke bult.

En zo toog ik vandaag door een prachtig bevroren landschap naar het midden des lands.
Klantbezoekje.
Kopje koffie bij de Shell, Joni Mitchell uit de speakers en een sigaretje in de hand.
Wat een toffe maandag.
Tevreden de Peugeot op het stuur kloppend en fantaserend over de nieuwste S-klasse.
De verschillende plankjes nog even de revue laten passeren onderweg en een telefoontje links en rechts.
De terugweg verliep niet minder voorspoedig; echter dwaalden mijn gedachten steeds  af naar dat schuurtje en die zaag.

Ik zwom nog maar een rondje, door het te koude water en met gebroken tegels waar ik mijn voeten aan openhaalde.
Moed verzamelen, zodat ik eruit kan klimmen en die plank door kan zagen.
T is even door de zure appel heen bijten maar hé, als ik dan bezweet en onder het zaagsel sta uit te puffen wacht er ergens anders een nieuwe plank die wél richting het bubbelbad gaat.
Dat is geen vraag, dat is een gegeven.
Hoe fijn is dat.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.