De vrije Hokjesvrouw

Iedereen kent de uitdrukking ‘In hokjes denken’ wel.

Hoe ouder hoe meer hokjes is vaak ook de ervaring.
Het lijkt wel alsof de waardering van je leven; de graad waarin je maatschappelijk gezien geslaagd bent, afhangt van het aantal hokjes waar je in zit.

Toen ik nog een klein meisje was bestonden er nog geen hokjes; althans, ze zullen best aanwezig zijn geweest maar ik klom er onderdoor en overheen. Ik ging er zeg maar niet inzitten.

Zo rond de pubertijd komt er dan een moment waarop je bedenkt dat je wellicht zelf zo’n hokje kunt ontwerpen. In één keer neemt de waarde van het ‘’in een hokje’’ zitten toe.
En niet te zuinig ook.

Echter, de hokjes die je neerzet zo tussen je 12e en je 20e zijn fragiel. Voorzien van ramen, geen deur en een golfplaten dak.
De 10 jaren daarop kom je op je weg steeds meer bestaande hokjes tegen.
Met gepantserde deuren en felle, knipperende neon letters op de gevel.
Hokjes met rijen ervoor en vervallen hokjes.
De gesprekken gaan ook steeds vaker over die hokjes.
Zo zijn er een hoop hokjes waar onze mensheid een dikke vette ‘’Ja’’ op een bordje in de tuin heeft gepland. Het moge duidelijk zijn dat deze hokjes maatschappelijk verantwoord zijn.
Sterker nog; het is aan te bevelen in zo’n hokje te kruipen. Overigens het liefst samen met een heleboel anderen. Deur dicht, grendel erop en zweten maar.
God wat een lol.

Het grappige is; waar je als kind nog andere kinderen tegen kwam op je weg is diezelfde weg nu uitgestorven.
Mensen vluchten (of schuilen, het is maar net hoe je het wilt lezen) van hokje naar hokje.
Het lijkt wel of open en bloot in het veld aanwezig zijn het meest beangstigende is wat je als mens kunt meemaken.

Uitzonderingen daargelaten natuurlijk, al worden die waaghalzen met grote regelmaat verketterd en voor gek verklaard.
Wat an sich ook nog best handig is, is het feit dat onze maatschappij de hokjes heeft gecategoriseerd.

Zo weet je dus altijd in welk hokje je moet gaan staan om geaccepteerd te worden, om mee te doen en waardering te krijgen.
Laten we vooral zelf niet meer nadenken.

Over 4 weken precies ben ik jarig, de 2 zal zich omruilen met de 3 en daarmee kom ik automatisch in een nieuwe serie hokjes terecht.
‘’Gefeliciteerd mevrouw, u bent nu (bijna)30, u mag in ons hokje…zien we u snel?’’
De uitnodigingen strómen binnen kan ik je vertellen.
Ik mag in het ‘’Ik heb een kinderwens’’ hokje en in het ‘’Ik ben nu volwassen en stamp niet meer door plassen’’ hokje.
Het ‘’Ik ga samenwonen, poep een baby uit, ga 3 dagen werken en neem een pittig kort kapsel’’ hokje propagandeert nog wel het heftigst.
Iedere week ligt er wel een flyer op de mat.
Overigens vaak gecombineerd met reclame voor het ‘’Gut, nu ik geen carrière meer heb ga ik maar een cursus nagelstyliste volgen’’ hokje.
Immens populair is die laatste.

Het vervelende is, is dat ik reclame over het algemeen ongezien weggooi in de oud papier bak.
Ik heb ook geen behoefte aan bovenstaande hokjes.
Ik heb überhaupt geen behoefte aan hokjes.
En daar wringt de schoen.

Zodra vrienden of collega’s mij op die weg zien lopen, door het veld zien ploegen dan beginnen ze te roepen en te zwaaien.
Ik roep en zwaai vrolijk terug maar wijk niet van mijn koers af.
En dan beginnen de valse opmerkingen.
Veilig vanuit de deuropening van hun hokje roept er dan iemand ‘’Waarom wil je nu nog geen kinderen, je bent bijna 30!’’ of ‘’Waarom wil je een carrière, wie wil je wat bewijzen?’’.
Zeggen dat ik best mama wil worden, maar nu nog even niet is niet voldoende. Het is niet goed genoeg. Het moet nu.
En daar sta ik dan, met de zon op mijn bol en de wind door mijn haar, verlaten en alleen tussen het gras.

Op feestjes, waar het gesprek de laatste tijd opvallend vaak over trouwen,kinderen krijgen en parttime werken gaat escaleert de boel dan.
Het lijkt wel alsof ik mijn plicht verzaak.
Alsof ik niet voldoende ben.
Alsof het in de pas lopen met de maatschappelijke ladder het enige is waar menigeen zich op focust.
En, ik vraag me dan oprecht af: ‘’Waarom is mijn manier niet óók een optie?’’
Waarom kan ik wel enthousiast zijn als een vriendin mij trots verteld dat ze zwanger is en is zij niet enthousiast als ik vertel over mijn paard, een dikke vette promotie of iets anders waar ik een glimlach van op mijn gezicht krijg.
Hoe komt het dat we als maatschappij zover van elkaar af zijn komen te staan?
Hoe komt het dat we onze eigen soort, vrouwen vs. vrouwen, onderuit schoppen?
Is het jaloezie? Of angst?
Is het eenzaamheid of onzekerheid? Ik weet het niet.

Geloof me, ik slaap er niet minder om. Gelukkig niet zeg.
Maar het valt me op. Het irriteert me ook zo af en toe.
Het stoort me in sommige vriendschappen. Het blokkeert me in relaties.
Het zorgt ervoor dat het me meer energie kost om mijn leven te leven zoals ik dat wil.
Maar, het maakt me ook blij. Het maakt me Manon. Het geeft me die glimlach.
Alleen en verlaten, met de zon op mijn bol, tussen het gras of onder een hokje door.
Ik hoop dat iedereen in het hokje zich net zo voelt.
Vast wel.

 

 

 

 

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.